Woensdag 11 augustus '48

Om 05.30 overal. We stonden met slaperige gezichten naar elkaar te kijken. We pakten loom onze wasgerij om ons te gaan wassen.
Door het water waren we een beetje opgeknapt en gingen toen de inwendige mens versterken. Om 06.30 zijn we gaan werken, alles > heel rustig, helemaal geen gejacht, dat is er helemaal niet bij. Ik heb deze morgen dan ook niet veel gedaan. Je kunt hier niet vooruit, dan hebben ze dit niet en dan weer dat niet. Het is hopeloos, maar ik vind het niet erg hoor. Ik kan het best hebben zo. Verder gaat alles goed, en heb het hier best naar mijn zin. Om 13.00 uur vast werken, eten en dan lekker baden onder de koude does, daar knap je lekker van op, want we zien zo zwart als een kolenkachel. We werken hier dan ook met ontbloot bovenlichaam, je wordt er nog lekker bruin van ook.
's Middags om 14.00 uur ging voor mij de wacht in tot 16.00 uur. Het was snikheet en warm dat ik had, er was geen beschaduwd plekje te vinden. Om 20.00 uur moest ik weer op, tot 22.00 uur en daarna nog een keer van 02.00 tot 04.00 uur. Ik was blij dat het weer voorbij was, want dat is niets gedaan.


Donderdag 12 augustus '48

Weer om 05.30 overal, ik kwam slaperig het bed uit, nog van de wacht van de vorige dag. Na mezelf gewassen te hebben knapte ik weer aardig op. Om 06.30 zijn we weer gaan arbeiden. Er was niet veel te doen. Alles ging ook op zijn elfendertigst. De zon brandde lekker op onze ruggen. Verder niet veel bijzonders. Om 13.00 uur weer vast werken. Na gegeten en me gebaad te hebben, was Jantje  het ventje weer.

Ik ben toen gaan wassen want ik had een behoorlijk stelletje vuil goed. Nu na één uurtje was het gebeurd, want het is zo droog hier.
Ik heb weer een paar brieven gekregen, dus moet ik deze weer beantwoorden. Op het ogenblik zit ik te schrijven, gek is dat hè. Nu moet ik nog een bezoekje afleggen bij me vrienden, want Piet Blank is jarig. Dus maken we, denk ik, er een gezellige avond van.
Nu schei ik er mee uit, nu dan tot morgen,slaapkop.


Vrijdag 13 augustus '48

Om 06.30 overal. Alles ging weer volgens de regels en zo werd de dag weer ingedeeld in de kunst. Ik moest een wagen lopend maken, maar kon er geen onderdelen voor krijgen, dat is echt hopeloos hier. Toen heb ik verschillende dingen van een andere wagen gesloopt, nu toen was het gauw gebeurd. Ik ben met de korporaal wezen proefrijden door de stad. Daarna moest ik die andere wagen in orde maken, tja daar zat ik nu. Er waren nergens onderdelen te krijgen. Dus ben ik rustig in de cabine gaan zitten tot dat het 13.00 uur was. Het ging fijn hoor, lekker rustig.
                              Aan de was

Na het vastwerken ben ik gaan eten, want ik had een honger, dat was niet normaal meer. Na het eten wezen baden, daar knapte je lekker van op.
We zijn toen gaan witten maar op het laatst zagen wij er nog witter uit dan de muur en het plafond.'s Avonds ben ik weer eens in de stad wezen kijken. Ik ontmoette Harry de Hoog, maar hij had het niet naar zijn zin. Hij had een gezicht als een oorwurm. Misschien was het wel komedie, dat weet ik niet, want het is een rare kwibus. In de kantine een glaasje limonade gepikt, en daarna zijn we weer teruggegaan, om ons bedje weer eens op te zoeken.

 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26

pagina 21