Maandag 6 september '48

Ik kwam vanmorgen met een slaperige kop en een beetje sacherijnig uit me bed. Stond een beetje heen en weer te draaien voor me bed. Het eten smaakte me helemaal niet. Heel de morgen heb ik me zitten vervelen, ik was dan ook niet bepaald in een goede stemming. Ik ben toen maar wat gaan zitten schrijven, wat moet je anders doen.
Het is vandaag feest, maar niet voor ons, wij mogen wachtlopen. Leuk werk is dat. Het middageten was goed, ja dat komt omdat het vandaag feest is, anders niet. 's Middags wat zitten lummelen, een ditje en een datje. 'k Heb ook nog de was gedaan, ja de Mariniersvrouwenwas. 'k Ben gelukkig vrij gebleven van de wacht, dus ik mag niet mopperen.
's Avonds bij de buren op visite geweest, maar ik had er gauw genoeg van. En kroop om 21.00 uur lekker m'n nest in, in niet al te goede bui. Ik hoop dat ze mij met rust laten, anders is de wereld te klein.


Dinsdag 7 september 1948

'k Was vanmorgen nogal vroeg mijn bed uit. Met hoopjes zin, ja hoopjes. 'k Heb eerst een poosje op mijn achterwerk gezeten, want> van het kleden, eten en dergelijke wordt je moe. Ik dacht zo bij mezelf, 'k zal nog maar eens een paar brieven schrijven, anders zit je toch maar uit je neus te pulken, en van haal op die wekker, snot is lekker.
Nou wat ik er allemaal in geschreven heb weet ik niet, maar niet veel goeds, een paar leugentjes om bestwil. Ja, wat moet je er anders in schrijven alles is hetzelfde.
Ik kreeg er gauw genoeg van, en ben toen maar aan de was begonnen. Nou mooi werk is dat, maar voor mij toch niet.
's Middags gebaad en met elkaar zitten kletsen over koetjes en kalfjes, je weet hoe dat gaat als Mariniers onder elkaar. Dan komen er nog wel eens een paar vloeken uit. En toch gaan ze elke keer naar de kerk. Ja, ik ben ook zo heilig boontje hier, je wordt er hier niet beter op, alleen leer je hier meer op eigen benen staan.
's Avonds de wacht, maar voor mij niet, ik ben op post rustig in een stoel gaan zitten. Ze mogen het van mij houden, dat wachtlopen. En dan midden in de nacht nog eens gepord te worden voor de laatste ronde. Dan staat je gezicht niet op mooi weer. Je loopt met een paar lodderige ogen over de weg te slingeren. 'k Was blij toen ik weer mijn nest in kon duiken. Jantje was er niet meer, maar in dromenland.

                       

   30 31 32 33 34 35 36 37 38 39

pagina 35