Zaterdag 23 oktober 1948

Dit is dan weer de laatste dag van de week wat gaat het toch hard, dacht ik bij me eigen toen ik onder mijn klamboe vandaan kwam. Eerst eens lekker die slaap uit mijn ogen gehaald. Toen kon ik weer verder gaan denken. Ik zal het allemaal niet neerŽschrijven, anders kom ik deze week niet meer klaar.
Ik ben met goede moed en blijde zin gaan werken. Ik had een lollige bui, en het werk beviel me best. We hebben de motor van gisteren weer ingebouwd, en toen hij klaar was deed hij het uitsteŽkend. Wij hebben daarna nog even de rommel opgeruimd en toen was het 13.00 uur, en gooiden wij de boel weer aan de kant voor vandaag.
's Middags ben ik weer naar de troep gegaan, ze waren gelukkig aanwezig, en aan het pionieren, een brug over een sloot. Het was een aardige en primitieve brug. Alles van bamboe, maar niet goed gesjord, dat was jammer, want het was een mooi stukje werk.
Daarna ben ik naar de Marinierskantine geweest, daar ontmoette ik Piet. Na een glaasje limonade gedronken te hebben zijn we naar de Goebeng gegaan, eens kijken of er nog bekenŽde waren. Ik heb in de eerste plaats Arie Barenzwaard ontmoet, maar hij had de wacht zodoende heb ik niet lang met hem gesproken. Hij maakte het goed, alleen een beetje onwennig. Ook hebben we er nog gesproken, die in onze bak zaten in Volkel. Ja, dat was weer eens leuk. In de tussentijd was het weer aardig laat geworden, en zijn we weer huis-waarts gegaan. We kwamen om 11.00 uur binnen en ik heb nog wat geŽschreven. Ik eindig nu, anders wordt het te laat.
Tot morgen en welterusten.

Zondag 24 oktober 1948

Ik was vanmorgen niet vroeg, ik kwam maar eventjes om half negen mijn bed uit. Na mezelf gewassen en gekleed te hebben ben ik naar de kerk gegaan. Hij was aardig gevuld. Het was een goede preek, die de dominee hield. Na de dienst ben ik regelrecht naar het kamp gegaan. Maar toen ineens kreeg ik kramp in mijn rug en nadat ik gegeten had, ben ik gelijk naar mijn bed gegaan. Als ik maar even draaide, kromp ik ineen van de pijn.
's Avonds is het wat verminderd, en omdat ik geen zin had om thuis te blijven, ben ik maar weer op stap gegaan. Ik ben eerst naar  Anna geweest, eens kijken of daar alles nog in orde was, en een beetje afleiding gebracht. Want het is de verloofde van Hans.  Daarna ben ik naar Pasiran gegaan, naar Henk, maar die was passagieren. Zodoende ben ik naar huis gegaan. Ik ben gelijk mijn bed ingeschoten, dat vond ik nog veel beter.

Maandag 25 oktober. '48

Vanmorgen weer gewone tijd op, ik was goed uitgeslapen en goed gehuŽmeurd. Na het eten ben ik naar de ziekenboeg geweest voor mijn rug. Ik werd ingesmeerd met een goedje en stonk een uur in de wind. Ze liepen allemaal weg toen ik aan kwam lopen. Ik heb nog een paar keer last van mijn rug gehad, maar ik heb niet gewerkt, omdat ik een jasje aan moest hebben.
's Middags na het wassen ging ik even naar het wachtsvolk toe, ik sta reserve, dus vrij van wacht. Ik kan dus weer hoopjes schrijven en dat heb ik gedaan ook. 's Avonds toen het wat koeler werd, ben ik weer aan de tuin begonnen, nu lijkt het tenminste ergens op, maar hij is nog niet klaar. Daarna heb ik lekker gemandied, want ik was behoorlijk vuil en bezweet.
Ik ga nu eindigen met schrijven,want het is al bijna 23.00 uur, en morgen is het vroeg dag.

 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62

pagina 58