Zondag 31 oktober 1948

 Vanmorgen om0 6.30 opgestaan, ik was er gauw uit, want ik had een hoop te doen. Eerst heb ik de kamer schoongemaakt en toen ben ik gaan zitten schrijven. Ik heb heel wat brieven gepend en toen ik om elf uur klaar was, had ik geen gevoel meer in mijn vingers.

Eerst heb ik gemandied en gegeten, wat weer goed was en om 12.00 uur op post, lekker warm. De zon stond loodrecht op de aarde en overal waar ik liep was geen schaduwplek te vinden. Ik was blij, toen ik afgelost werd.
Toen ben ik begonnen met mijn broek te maken, want daar had ik een flinke winkelhaak in zitten. Ik heb het dicht gekregen, en dat is toch de hoofd­zaak. Daarna heb ik op twee jasjes een korpsembleem genaaid, dat was ook zo’n leuk werk. Maar ik was daar toch nog gauw mee klaar. En tot slot heb ik nog één paar kousen gestopt.

Het was al gelijk tijd om op post te gaan. Nu die twee uurtjes zijn vlug voorbij gegaan. Zo ik heb nu weer heel wat geschreven, en ik hou er nu mee op, want ik moet straks nog twee uurtjes lopen.

 

 

Maandag 1 November 1948

 Dit is dan weer de eerste dag van de nieuwe maand. De tijd gaat snel, een psalm zegt het: “uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen”. We staan dan even stil, en we werpen een blik achter ons, en kijken , wat er zoal allemaal gebeurd is. Dan moeten we God danken voor al zijn zegeningen die hij ons schonk. Maar we gaan verder en kijken naar de toekomst wat hij ons brengen zal. Vrede of oorlog, welke zal het winnen, wij weten het niet, maar God ziet vanuit de hemel neer op ons, dwaze hulpeloze mensen, die denken dat zij de macht op aarde in handen hebben. Maar een ieder wil sterker zijn dan de ander, en wat komt er dan van terecht, niets dan chaos. De mensen willen niet nadenken, ze denken dat ze God niet nodig hebben, en zo gaan ze hun eigen ondergang tegemoet. Moge de mensen inzien dat ze dwalen, stuk voor stuk, ik net zo goed als jij, en dat er nog een God is, die ons wil helpen als we in de put zitten, en er niet meer uit kunnen. Hij reikt zijn hand om ons te verlossen uit de benauwde droom. Eerst dan zullen allen zalig worden en scharen we om één God in de hemel.

Boekje van de vlootpredikant A.W. Wymenga

56 57 58 59 60 61 62 63 64 65

pagina 61