Opgericht :                                        01-05-1946 te Tjililitan

Onderdeel van :                               Militaire Luchtvaart KNIL

Ingedeeld bij :                                 LuCoJa, LuCoSu   (LuchtvaartCommando Java/Sumatra)                                                           

Actiegebied(en) :                             Java, Sumatra

Commandant(en) :                          Majoor H.A. Maurenbrecher    01-05-1946 /      12-1946
                                                            Kapt. R.A.D. Annemaet                  12-1946/       08-1947
                                                            Kapt. J.H. Knoop                              08-1947/ 15-12-1947
                                                            Kapt. J.H. Knoop                        16-12-1948/  08-01-1949
                                                                                                                       
Opgeheven :                                    
15-12-1947
Heropgericht:                                  
16-12-1948 /08-01-1949

Omgekomen :                                  1 man

Bij de oprichting van 121e Squadron werd deze bemand met ex-krijgsgevangen van het vooroorlogse ML-KNIL aangevuld met piloten van het reeds bestaande 120 squadron. Het squadron was uitgerust met jachtvliegtuigen van het type P-51 Mustang.
Vooral voor de ex-krijgsgevangenen was het vliegen in een moderne jager als de P-51 een flinke aanpassing, maar na een korte instructie konden ook zij hun eerste solovlucht maken.
Een ander probleem dat speelde waren de reserve onderdelen (deze lagen nog in AustraliŽ) en de kennis van het grondpersoneel met betrekking tot het onderhoud van de P-51's. Het tekort aan reserveonderdelen bleef het squadron parten spelen. Zo zeer zelfs dat er van hogerhand een beperking van het aantal vluchten werd ingesteld.

Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, werd het squadron, gestationeerd op Andir, en ingezet bij operatie "Pelikaan", de uitschakeling van de Republikeinse luchtmacht (AURIS). Veelvuldig werden de vijandelijke toestellen op o.a. de vliegvelden Parigi (Serang), Tasikmalaja en Kalidjati, diep in Republikeins gebied, gemitrailleerd en uitgeschakeld.
Ook verleende het squadron steun aan de opmars van de troepen van de C- Divisie en B-Divisie (V- en W-Brigade) en voerde het daarbij vele (offensieve) verkenningen uit.
In totaal heeft het squadron tijdens de 1e politionele actie 238 sorties gevlogen.

Na de 1e politionele actie werden vier toestellen tijdelijk gestationeerd op Kalibanteng (Semarang) voor steun aan acties van de B-Divisie. Op West-Java werd o.a. nog luchtsteun verleend bij de bezetting van Garoet en Tasikmalaja. Eind augustus was het squadron weer bijeen op Tjililitan.
Het tekort aan geoefend personeel en reservemateriaal bleef een grote zorg. Mede door de aankomst van het 322 squadron werd besloten het 121 squadron op 15 december 1947 "tijdelijk"op te heffen.

Op 16 december 1948, kort voor de 2e politionele actie, werd het squadron weer heropgericht en operationeel.
Tijdens de 2e politionele actie, op 19 december 1948, nam het squadron deel aan de luchtlandingsoperatie op Magoewo. Voor de landing van de Para's werd het vliegveld hevig door o.a. het squadron gemitrailleerd. Verder werden in het gebied vele verkenningen gevlogen en verleende het squadron steun bij de opmars van de grondtroepen.
Op 28 december 1948 werd het squadron gestationeerd op Talangbetoetoe (Semarang) voor deelname aan de actie "Ekster", de bezetting van Djambi en omliggende olievelden. Twee dagen later was het squadron weer terug in Tjililitan van waaruit het squadron luchtsteun gaf bij een landing op de zuidkust van Sumatra.
Op 4 januari 1949 werd het squadron verplaatst naar Padang voor de actie "Modder", waarbij de olievelden bij Ajer Molek en Rengat door de paratroepen werden bezet.
Op 6 januari was het squadron terug in Tjililitan en werd het weer opgeheven.
In totaal heeft het squadron tijdens de 2e politionele actie 113 sorties gevlogen. 

 


 
 

I