Opgericht:                                         01-09-1946 te Nijmegen                    

Onderdeel van:                                C-Divisie "7 December"                  

Vertrek IndiŽ:                                  16-10-1946 a/b "Volendam"                 

Aankomst IndiŽ:                             12-11-1946 Batavia                        

Toegevoegd aan:                             T.T.C. West-Java                           

Ingedeeld bij:                                   3e Infanterie Brigade Groep               

Actiegebied(en):                              Tjiandjoer, Soekaboemi, Tasikmalaja, Garoet, Tjiamis                            

Commandant:                                  Lt.Kol P. Cornelissen   01-09-1946/22-03-1948
                                                           
Maj. H.M. Velders        22-03-1948/24-12-1949

Gerepatrieerd:                                  26-11-1949 a/b "Kota Inten"               
                                                            24-12-1949 Rotterdam                      

Omgekomen:                                    39 man

 Het bataljon was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting '45. Na aankomst in IndiŽ werd het gelegerd in Batavia. Vanaf 25 november 1946 verrichtte het wachtdiensten in en rond de haven van Tandjong Priok om smokkel en rampok (diefstal) tegen te gaan. Het bataljon werd eind maart 1947 overgebracht naar Tjiandjoer waar het de taak overnam van de W-Brigade. Deze taak bestond uit de beveiliging van de konvooiweg Batavia-Bandoeng. Ter ondersteuning en voor het inwerken bij de nieuwe taak werd vanaf eind april Inf.II.KNIL aan het bataljon toegevoegd.

 Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, zette het bataljon in de vroege ochtend de opmars in en bezette de belangrijke spoortunnel bij Lampegan. De 2e cie trok met 3-14 RI op naar Soekaboemi. Beide doelen werden al op de eerste actiedag bereikt. In de dagen daarna vonden er in het gebied nog enkele zuiveringen plaats. Op 25 juli was het bataljon geconcentreerd te Tjiandjoer en werd het gebied rond Soekaboemi overgedragen aan de 1e Inf. Brig. groep. Op 27 juli werd het bataljon gelegerd in Tomo ter beveiliging van het weggedeelte Tomo-Palimanan. Ter afronding van de 1e politionele actie trok het bataljon op 9 augustus vanuit Tasikmalaja op naar Garoet. Zeer vermoeid als gevolg van het moeilijke terrein en de vele vernielingen werd Garoet uiteindelijk op 12 augustus bereikt dat reeds twee dagen eerder was ingenomen door eenheden van Huzaren van Boreel en 3-14 RI, die respectievelijk vanuit Pengalengan en Soemedang de opmars hadden ingezet.

 
Na de 1e actie was het zeer onrustig. Vooral de verbindingsweg Garoet-Tasikmalaja vormde een voortdurende bron van zorg. Er werden dan ook vele zuiveringsacties gevoerd om de TNI en de islamitische strijdgroepen (Daroel Islam en Hizboellah) uit te schakelen. Medio november werd het bataljon gelegerd nabij Pengalengan en Tjiwedej. Vanuit dit gebied werden (brigade)acties tot ver naar het zuiden gevoerd waarbij  onder andere Boengboelang werd bezet. Op 20 april 1948 kreeg het bataljon het regentschap Tjiamis toegewezen. Ook in dit gebied werden weer de nodige acties gevoerd zoals de actie "Stoter" ter beveiliging van de weg Tasikmalaja-Tjiamis. Na de 2e politionele actie, waar het bataljon niet actief aan deelnam, ontstond er een zeer onoverzichtelijke situatie in het gebied daar de TNI en de islamitische groeperingen niet alleen de Nederlanders bestreden maar ook elkaar. Pas na het 'cease fire' op 11 augustus werd het rustiger en was de tijd van de grote acties voorbij. De Daroel Islam daarentegen bleef actief. Op 20 oktober werd het regentschap Tjiamis overgedragen aan de TNI. Het bataljon werd verzameld in het Ampiware kamp in afwachting van het vertrek naar Batavia en de repatriŽring.