Opgericht:                                         01-01-1949                   

Onderdeel van:                                42ste Zelfstandige Infanterie Brigade
                        (in IndiŽ G-Brigade genoemd)              

Vertrek IndiŽ:                                  12-02-1949 a/b "Kota Inten"              

Aankomst IndiŽ:                             15-03-1949 te Soerabaja                   

Toegevoegd aan:                             T.T.C. Oost - Java                               

Ingedeeld bij:                                   42ste Zelfstandige Infanterie Brigade (G-Brigade)     

Actiegebied(en):  

Commandant:                                  Lt.Kol. H.J. Both

Gerepatrieerd:                                  13-09-1950 a/b "Zuiderkruis"              
                                                            19-10-1950 aankomst Amsterdam             

Omgekomen:                                   10 man

 Het bataljon was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting '48-2. Na aankomst te Soerabaja werd het bataljon overgebracht naar Vak III, het brigadevak van de 4e Infanterie Brigade en werd o.a. gelegerd te Kediri, Pare, Wates en Kertosono. Hier kon het bataljon acclimatiseren en werd het opgeleid in het patrouilleren en zuiveren. In de periode van 6 tot 13 mei 1949 werd het bataljon verplaatst naar Vak IV (Madioen/Ponorogo) om daar 2-15 RI af te lossen, het laatste OVW-bataljon op Oost-Java dat na drie jaar tropendienst ging repatriŽren.

 In dezelfde periode dat het bataljon verplaatst werd naar vak IV zou er op 7 mei een actie ingezet worden naar Kedoenggalar en tevens de plaatsen Walikoekoen, Djogorogo en Ngrambe te bezetten, actie "Caro". Naast onderdelen van o.a. 2-15 RI, 421 BI, Vew 8, 6e GenieVeldcie, 1-12 RVA, zouden er ook onderdelen van het bataljon aan deze actie gaan deelnemen. Er waren drie aanvalscolonnes geformeerd, wit, groen en blauw. De 1e cie van het bataljon was ingedeeld bij colonne groen, welke de hoofdmacht vormde en de aanval op Kedoenggalar zou uitvoeren. Een peloton van de 3e cie was ingedeeld bij colonne wit welke ten noorden van Kedoenggalar een afsluitingslinie legde om uitwijkende TNI troepen op te vangen. Colonne blauw vormde een afsluitingslinie te zuiden van Kedoenggalar bij Djogorogo.

Na deze actie werden de plaatsen blijvend bezet door 421 BI. Op 15 mei vertrok 2-15 RI uit vak IV en waren de posten inmiddels overgenomen door het bataljon. Het bataljon was o.a. gelegerd te Ponorogo, Oeteran, Tempoeran, Tjampoersari, Balong, Plaosan, Magetan, Redjosari, Pagotan en Badegan. In dit gebied, waar de TNI zeer actief was, moest er door het bataljon dag en nacht patrouilles gelopen worden om de controle over het gebied te behouden. Op 30 juli nam een peloton van de 1e cie, samen met andere onderdelen deel aan de actie "Maassluis", een eendaagse actie naar Poesoer.

 Na het 'Áease fire' op 10 augustus bleef het onrustig in het gebied en kwam het bataljon regelmatig in contact met plunderende bendes. In oktober werd er een aanvang gemaakt met de ontruiming van het gebied. Na de eerste fase waarbij o.a. Ponorogo, Magetan, Tjampoersari en Plaosan waren ontruimd was het bataljon gelegerd te Madioen, Pagotan en Redjosari.  Nadat ook het vak Madioen was overgedragen werd het bataljon vanaf op 6 december o.a. gelegerd in Pasoeroean, Pandakan, Tretes, Bangil en Poerwosari. Na de soevereiniteitsoverdracht, op 29 december, werd het bataljon geleidelijk teruggenomen op Soerabaja. Op 13 augustus 1950 vertrekt het bataljon in afwachting van de repatriŽring naar Batavia, dat inmiddels Djakarta heette.

Literatuur:

Digitaal fotoalbum soldaat A. van der Steen (www.indiegangers.nl)