Opgericht:                                         01-10-1947 te Arnhem                      

Onderdeel van:                                E-Divisie "Drietand"                    

Vertrek IndiŽ:                                   26-11-1947 a/b "Kota Inten"               

Aankomst IndiŽ:                              23-12-1947 Padang                             
                                                            12-1947 Makassar                       

Toegevoegd aan:                             T.T.C. Midden-Sumatra, T.T.C. Zuid-Celebes,
                                                            T.T.C. Midden-Java (2e cie)                

Ingedeeld bij:                                  U-Brigade, T-Brigade (2e cie)         

Actiegebied(en):                              Padang, Solok, Makassar, Jogjacarta       

Commandant:                                  Lt.Kol S. Jacobson   01-10-1947/18-05-1950

Gerepatrieerd:                                  25-04-1950 a/b "General W.M Black"            
                                                           
18-05-1950 aankomst Rotterdam             

Omgekomen:                                   18 man (incl. 5 man 2e cie)              

Het bataljon was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting '47. Met uitzondering van de 2e cie embarkeerde het gehele bataljon te Padang op midden Sumatra. De 2e cie voer door naar Makassar op zuid Celebes en werd ingedeeld bij 5-RS. Op 3 mei 1948 werd de 2e cie met 5-RS overgebracht naar Ambarawa op midden Java ter aflossing van het OVW-bataljon 2-7 RI. Het bataljon te Padang zou het OVW-bataljon 2-14 RI af gaan lossen. Op 1 januari 1948 verliet het bataljon Padang en werd gelegerd op diverse posten bij 1-8 RI en 1 RJ om ingewerkt te worden. In april kreeg het bataljon een eigen vak toegewezen met o.a. posten te Loeboek Boeaja, Loeboek Aloeng, Ladang Padi en Sigoentoer Moeda.

Tijdens de 2e politionele actie, op 19 december 1948, trok het bataljon als eerste, vanuit Ladang Padi op richting Solok. Vertraagd door de vele versperringen werd op de eerste dag Loeboek Selasih bereikt waar het bataljon in legering ging. Nadat de vele versperringen en bruggen waren hersteld kon het bataljon op 20 december Solok bezetten. Hierna nam 4-RS de aanval over en trok verder op naar Fort de Kock. Een cie. kreeg samen met de 1e cie van 4-RS de opdracht om de weg door de AnaÔkloof vrij te maken. Bijgestaan door artillerie en luchtsteun werd de AnaÔkloof op 22 december 1948 gezuiverd en werd, na veel inspanning de spoorlijn Padang Padangpadjang, op 1 januari 1949 in gebruik genomen worden. Na de actie kreeg het bataljon het gebied rond Solok als bataljonsvak toegewezen met o.a. posten te Solok, Padang pandjang. De 2e cie werd tijdens de 2e politionele actie, op 19 december 1948, per vliegtuig overgebracht naar Magoewo en nam deel aan de bezetting van Jogjacarta. Na de actie bleef de 2e cie gelegerd rond Jogjacarta waar het een zeer zware tijd tegemoet ging. De vele patrouilles en acties vergden het uiterste van de troepen.

Op 1 maart voerde de TNI een grootscheepse aanval uit op Jogjacarta, welke na een hevige strijd met succes kon worden afgeslagen. Op 29 juni werd Jogjacarta, onder druk van de VN, ontruimd waarna de 2e cie gelegerd werd in Poerworedjo. In oktober was de 2e cie gelegerd in Semarang en ingezet bij de bestrijding van de smokkelgang. Ook voor het bataljon rond Solok moest het pas bezette gebied worden gezuiverd. Vooral het openhouden en herstellen van de verbindingswegen vereiste een grote inzet. Maar geleidelijk werd het rustiger. Op 16 december werd Solok ontruimd en overgedragen aan de TNI. Het bataljon werd geconcentreerd in Padang. In april 1950 werd het bataljon overgebracht naar Java. In Batavia werd het bataljon ondergebracht in kamp Tjililitan waar de 2e cie zich weer bij het bataljon voegde. Hier verbleef het bataljon tot aan de repatriŽring.