Al lange tijd wordt het belang onderkend om de militair in “conditie” te houden, zowel geestelijk als lichamelijk. Alleen zo kan hij optimaal functioneren in een situatie van langdurig gevaar en spanning. Sport, spel, muziek, ontspanning en de mogelijkheid tot het volgen van een opleiding maakten daarom een belangrijk deel uit van het dagelijkse leven van de soldaat in Indië.

 

Na de oorlog werd binnen de Koninklijke Landmacht de “R.A.O” (Recreatie en Algemene Ontwikkeling) opgericht. Dit was de opvolger van het vooroorlogse “O. en O.” (Ontwikkeling en Ontspanning).  In Indië werd de R.A.O. samengevoegd met de “Welfare” dat eigenlijk een dienst was van het Knil. Op 20 april 1948 werd bij order van de Legercommandant de naam gewijzigd in “Dienst Welzijnsverzorging”. Hieronder vielen de R.A.O, Cadi (Cantinedienst) en de Welfare. Echter de naam Welfare bleef bij de soldaten als standaard in gebruik, met als belangrijkste herkenning het embleem van “Wimpie Welfare”. 

 

De dienst Welzijnsverzorging was een onderdeel van de Dienst Hoofdkwartier Adjudant Generaal.
De dienst Welzijnsverzorging had de zorg voor de distributie van N.I.W.I.N artikelen (o.a spellen, boeken), organiseerde cursussen, radio-uitzendingen, filmavonden en stelde o.a. radiotoestellen (rimboe-radio’s), sport en spelartikelen maar ook bijv. muziekinstrumenten ter beschikking aan de troep en richtte bibliotheken, kantines en andere sociëteiten in.  

                     
Uitreiking van een NIWIN "Rimboekist" aan het Bataljon 4-3 RI                     De"Grenados"Band van het 4e bataljon Grenadiers op Oost Java
 


Ook de komst van de zogeheten N.I.W.A gezelschappen die speciaal vanuit Nederland naar Indie kwamen om voor de troep op te treden werden door de dienst Welzijnsverzorging verzorgd en begeleid. Enkele gezelschappen waren o.a Sylvain Poons, Willy Vervoort, Miller Sextet, Het Ned. Volkstoneel, Hylke Dijkstra, de Kilimi Hawaiens, Truusje Koopmans, Willem Noske etc.
Niet altijd was het even makkelijk om het iedereen naar de zin te maken. De N.I.W.A. gezelschappen en filmwagens kwamen doorgaans op de ‘grotere’ buitenposten uit oogpunt van veiligheid. De troepen echter lagen zeer verspreid en vaak met maar een paar man op afgelegen posten. Een minimale bezetting moest ter beveiliging altijd aanwezig blijven zodat niet iedereen de voorstelling kon bezoeken. Een uitzondering was de violist Willem Noske die ook op de kleinste posten zijn vioolspel ten gehore bracht.
Gelukkig waren er bijna in elk onderdeel wel personen aanwezig die beschikten over voldoende artistieke aanleg. Zij richtten een cabaret, toneelgroep of muziekband op en organiseerden feestavonden binnen het eigen onderdeel. Deze cabaret en toneelgroepen maakten humor, waarin met regelmaat het kader op de hak werd genomen, wat zeer herkenbaar was voor de gewone soldaat.

 Ook werd er heel veel georganiseerd op sportgebied. Vooral in de relatief rustige periode tussen de 1e en 2e politionele actie werden heuse voetbalcompetities opgezet, op Brigadeniveau, op Bataljonsniveau en zelfs kleiner. Ook bij de viering van het één of twee jarig bestaan van een Brigade, Bataljon, Eskadron of Afdeling werden atletiek en andere wedstrijden georganiseerd, waarbij de deelnemers streden om de 1e prijs en de eer van hun onderdeel.
Hoewel het voetbal de voornaamste sport was, werden er natuurlijk ook andere sporten beoefend zoals, zwemmen, atletiek, schaken, tafeltennis, Boksen en zelfs hockey.

                       

         

       

 

Hoewel de “Dienst Welzijnsverzorging” niet altijd over voldoende middelen beschikte en moest roeien met de riemen die men vaak niet had, mag toch gesteld worden dat de dienst van groot belang is geweest voor het moreel van de gewone soldaat in Indië.