Opgericht                                          19-10-1945 te Cholbury (Siam het huidige Thailand)

Onderdeel van                                 1e Java Echelon (eind 1945 opgeheven)

Toegevoegd aan                              Trpco. Bali-Lombok, T.T.C. Zuid Sumatra

Ingedeeld bij                                    Bali – Lombok Brigade, Y - Brigade

Actiegebied(en)                                Bali, Pempatan, Singaradja, Den Pasar, Palembang, 
                                                            Kertapi, Loeboek Lantjang, Indralaja, kajoe Agoeng, Batoeredja

Commandant                                   Majoor K.N.C.F. Hazenberg   19-10-1945 / 31-05-1946
                                                            Kapt. F.C.G. van de Poel       31-05-1946 /
                                                            Majoor T.G. Cassa          

Opheffing                                         24-03-1948

Heropgericht                                    Medio 1948

Omgekomen                                     25 man (periode 1946/1947, vermeld moet worden dat er nog 5 gesneuvelden geregistreerd staan bij de “Bali Lombok Brigade”. Of deze gesneuvelden ook bij Inf.XI. ingedeeld waren is onbekend)

 Bijnaam                                            “Gadjah Merah” (Rode Olifant)

 

Het bataljon bestond uit vrijwillig aangemelde en goedgekeurde ex-krijgsgevangenen. Het bataljon, opgericht onder de naam 2e Bataljon, zou samen met het 1e en 3e Bataljon het 1e Java Echelon vormen. Eind 1945 werden de drie incomplete bataljons geformeerd tot twee bataljons voor de Bali/Lombok Brigade.

Op 14 februari 1946 vertrok het 2e Bataljon van Siam. Na een reis van bijna drie weken, met tussenstops te Singapore en Soerabaja, landde de 1e cie. Van het bataljon op 2 maart bij Sanoer op Bali. De rest van het bataljon landde een dag later bij Benoa en bezette het bataljon o.a. te Den Pasar, Tabanan, Negara en Gianjar.
Zonder een schot te lossen waren de belangrijkste doelen op Bali in handen van de “Gadjah Merah” gevallen.

Na een rustig begin nam in april de onrust toe als gevolg van de toenemende infiltratie van Republikeinse troepen vanuit Java. Versterkt met o.a. een cie. van het 1e Bataljon werden deze troepen, zoals bij de acties op 15 mei bij Samsan Doea en op 15 juni tussen Lampoe, Plaga en Kintami, al snel uiteen geslagen en teruggedrongen naar de berggebieden . Na aankomst van het gehele 1e Bataljon keerde de rust terug en kreeg het 2e Bataljon de noordelijke helft van Bali toebedeeld met o.a. posten te Bereteh, Blahkioe, Tandjoeng Koela en Penebel.

Op 25 juli werd de order uitgegeven voor de oprichting van de Y-Brigade. Het 2e Bataljon inmiddels omgedoopt tot Inf.XI.KNIL was een van de twee KNIL bataljons die bij de Y-Brigade was ingedeeld.

Door de komst van 4(8) RS op Bali kon een groot deel van de manschappen op verlof. Tevens vond er een reorganisatie plaats en werd het bataljon omgevormd tot een ‘normaal’ infanteriebataljon.

 Op 24 oktober werd het bataljon met de Y-Brigade overgebracht naar Palembang op Zuid Sumatra en gelegerd in de “concessie”, de Benteng en Pladjoe. Het bataljon werd in deze periode versterkt met twee compagnieën. Eind december vonden er in Palembang hevige gevechten plaats. Begin januari 1947 keerde de rust weer terug en had het bataljon o.a. posten te Kertapi, Bagoes Koening, Pladjoe en Soengei Gerong.

Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, nam het bataljon deel aan de acties “Zeeland” en “Groningen”.
De actie “Groningen” betrof een afleidingsactie langs de weg naar Sekajoe. Op 21 juli zette een compagnie, samen met vier pelotons van 4-1 RI, artillerie van 8 AVA en een peloton Pantserwagens de opmars in. De zware oliebranden langs de weg vertraagden de opmars. Op 23 juli werden Pangkalan Balai en het daarbij gelegen vliegveld bezet. Vier pelotons werden als versterking naar Batoeradja gestuurd. Op 4 augustus bezette de 1e cie. de brug bij Telok.

De actie “Zeeland” werd uitgevoerd met vier colonnes. Per boot langs de A. Ogan, per boot langs de Teroesan Boedjang, over land evenwijdig aan de Kommering en over de weg naar Indralaja. Op de eerste dag werden o.a. Indralaja, Djaredja, Djedjawi  en Moeara Merandjat bezet. Op de tweede actiedag dag werden Tandjoeng Radja, Sirah Poelaupadang bezet. Op 23 juli werd uiteindelijk nog Kajoe Agoeng bezet.  

 Tot aan de opheffing in 1948 was het bataljon gelegerd in het, na de 1e politionele actie bezette gebied ten zuiden van Palembang.

 


Boekje over de verplaatsing van de Y-brigade naar Zuid-Sumatra op 25 oktober 1946.