Opgericht                                          13-09-1945 te Camp Davis (U.S.A.)

Vertrek uit USA                               November/December 1945

Toegevoegd aan                              T.T.C. Oost - Java

Commandant(en)                            Kolonel M.R. de Bruyne       14-09-1945 / 20-07-1946
                                                           
Kolonel P.J. van Gijn            20-07-1946 / 10-02-1947
                                                            Kolonel  Roelofs                   10-02-1947 / 15-03-1948
                                                            Kolonel  de Bruijn                 15-03-1948 / 01-02-1949
                                                            Lt. Kol H.O. Romswinckel   01-02-1949 / 23-05-1949
                                                            Kolonel  de Bruijn                23-05-1949 / 07–06-1949

Opgeheven                                        07-06-1949

 De opleiding van de mariniers vond plaats in de Verenigde Staten in Camp Lejeune (North Carolina) Camp Endicott, Philadelphia, Kentucky en Quantico.

Bij het vertrek uit de USA naar Indie werd gebruikt gemaakt van zes transportschepen.

1. Noordam                17-11-1945  (troepenschip)
2. Bloemfontein         11-12-1945   (troepenschip)
3. Fort Nassau            18-11-1945  (vrachtschip)
4. Ruysdael                 02-12-1945  (vrachtschip)
5. Aldabi                     15-12-1945  (vrachtschip)
6. Terborg                                        (vrachtschip)


Daar er van de Engelsen geen Nederlandse troepen op Java mochten landden, week de Brigade uit naar Malakka. Alleen het 1 Inbat mocht in Batavia ontschepen en voegde zich later bij de Brigade op Oost Java.
Op 24 april 1946 arriveerde de Brigade op oost Java en werd het zogeheten Soerabaja-front van de 5th Indian Division overgenomen.

 De Brigade zoals die begin 1946 in Soerabaja debarkeerde was als volgt samengesteld:

 De Marbrig heeft in het jaar 1946 diverse acties gevoerd zoals op 10 augustus 1946 de operatie "Trackman" en op 19 augustus 1946 de operatie "Quantico".
Eind januari 1947 werd het Soerabaja-front belangrijk uitgebreid door de bezetting van de Porongdelta. Op 17 maart werden in een gecombineerde actie met de landmacht de sluizen bezet. Op 18 maart werd Modjokerto bezet en kon operatie "Ideaal" ook wel aangeduid als "IJmuiden" als zeer geslaagd worden beschouwd.

 Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, landde de Mariniersbrigade op de noordkust van de oosthoek bij Pasir-Poetih. Een ander deel trok samen met de X - Brigade op  naar Malang.
Als vervolg op de 1e politionele actie landden onderdelen van de Marbrig. en onderdelen van KL en KNIL op 4 augustus 1947 op Madoera, en werd dit eiland bezet. Na de 1e politionele actie was de Marbrig gelegerd in de "Oosthoek".


Opmars van de troepen kort na de landing te Pasir Poetih op 21juli 1947

 Begin 1948 vond een grote reorganisatie (inkrimping) plaats bij de Mariniersbrigade. De tijd brak aan dat de OVW'ers moesten thuisvaren en vervangen werden door mariniers zeemilicien {dienstplichtigen).Voor de Marbrig betekende het een afslanking van 3 naar 2 infanteriebataljons. Ingekrompen, gereorganiseerd werden verder o.a. het Motortransportbataljon, het Artilleriebataljon en de Verzorgingsafdeling. Het Genie bataljon werd ingekrompen tot een Amphibisch Technische Eenheid {ATE) . Van de Zware wapen compagnie bleven slechts 2 pelotons over, evenals van de Medische compagnie. De Tankcompagnie. en de Verkenningsafdeling werden in hun geheel opgeheven

 Tijdens de 2e politionele actie op 19 december 1948 landde de Marbrig bij Glondong.
De landing verliep vlot, maar na zo'n 30 km stuitten zij echter op een enorme tankval bij de kampong Hgepon. Vanaf dat moment begint de opmars naar Tjepoe te veranderen in een lijdensweg van versperringen, opgeblazen bruggen, onberijdbare en opgegeven wegen die er niet meer blijken te zijn maar overwoekerd zijn door djatibossen. Op 20 december bereikten de mariniers een groot djatibos bij Kaligede. De route die door dit bos is geheel overwoekerd en verdwenen. Besloten werd te voet verder te gaan en zo vertrokken de mariniers voor de laatste 35 kilometer naar Tjepoe.
Op 21 december viel de verkeersbrug over de kali solo in mariniershanden en werd een al brandend Tjepoe bezet. Madioen kon niet meer op tijd bezet worden en werd pas op 27 december bereikt maar was reeds bezet door de K.L en KNIL.

 Na de 2e politionele actie was de Marbrig gelegerd in het gebied dat de residenties Bodjonegoro en Soerabaja omvatte.

 Op 7 juni 1949 werd de Mariniersbrigade opgeheven.  Een gereorganiseerd en versterkt 5 Inbat ging verder als Amphibat (Amphibisch Bataljon) en kwam onder rechtstreeks bevel van de cdt. A - Divisie.  Eind 1949 was het Amphibat. geheel teruggenomen op Soerabaja  en zouden de laatste Mariniers Java verlaten.

           

 

Literatuur:

  1. Dorren, C.J.O., Onze Mariniersbrigade (1945-1949): een veelbewogen episode in de korpsgeschiedenis. Den Haag, 1954; 368 blz. Geschiedenis van de Mariniersbrigade in de jaren 1945-1949 in Nederlands-Indië.

  2. Wilmar, H.A.. (samensteller), Met de Mariniersbrigade in Oost-Java. Een fotoverhaal over de levensloop der marinebrigade. Haarlem, 1947; 158 blz Fotoboek met uiteenzetting over wat de Mariniersbrigade was en deed in Nederlands-Indië

  3. “Ik zal handhaven”: extra foto-editie acties Oost-Java: 21 juli t/m 4 aug. 1947. Z.n., Soerabaja, z.j.(mogelijk 1947); 24 blz. Uitgave van de Voorlichtingsdienst Mariniersbrigade over de Eerste Politionele Actie. Voorzien van 46 foto’s met verklarende tekst.

  4. “Desnoods te voet”: een foto-reportage van de zuiverings-acties ondernomen door de mariniersbrigade 19 dec-31dec 1948. Z.n., Soerabaja, 1948; 48 blz. Uitgave van de Voorlichtingsdienst Mariniersbrigade. Met een voorwoord van kolonel J.A.J. de Bruijn, commandant van de mariniersbrigade in 1948 en 1949.